De kalender jaagt ons verder in de tijd. Hoewel de lente wel heel aarzelend probeert terrein te winnen, zijn de komende jaarlijkse oorlogsherdenkingen al weer in zicht. Zoals de herdenking van het vechten op de Grebbeberg, waar de Nederlandse soldaten vergeefs probeerden de vijand buiten onze grenzen te houden.

Er bubbelde een herinnering bij mij naar boven aan mijn oude tante Lena en haar kleine hondje Kwikkie, een spierwitte dot haar op pootjes. Mijn tante Lena en haar dochter waren hardcore dierenliefhebbers en vegetariërs. Tante Lena liep zelfs bij sneeuw op linnen gympjes, nooit in de leren huid van een dier, genaamd schoen.

Lees ook: ‘We hebben tegenkrachten nodig’

Op een dag kwam tante Lena met Kwikkie ons een bezoek brengen. Ze was nog niet binnen of het luchtalarm klonk. Tante Lena rende naar onze keuken en rukte twee pannen van de plank. Daarmee trok ze zich terug in onze kleine kelderkast. Ze zocht een hoekje waar ze kon zitten met Kwikkie op haar schoot, zette een aluminium pan op haar hoofd en Kwikkie kreeg de andere pan op zijn kop.

‘Tegen de scherven’, zei tante Lena tegen mijn moeder, die stomverbaasd toekeek hoe onze tante en haar hondje dekking zochten tegen dreigend oorlogsgevaar. Pas toen het luchtalarm het sein veilig gaf, kwam ze met Kwikkie onder haar pan uit. Zo kwam ze met haar hondje scherven-vrij de oorlog door.

Marjan Berk